Historie: Crataegus schraderiana is een soort meidoorn afkomstig uit bergachtige gebieden van Centraal- en Oost-Europa en delen van Azië. De soort is vernoemd naar de Duitse botanicus Franz Schrader, die de plant in de 19e eeuw voor het eerst botanisch beschreef. Crataegus schraderiana staat bekend om zijn decoratieve bloemen in het voorjaar en bessen in de late zomer en herfst, die aantrekkelijk zijn voor zowel vogels als mensen. Eén van de betere vruchtmeidoorns!
Vorm: Deze meidoorn groeit als een middelgrote struik of kleine boom, meestal 3–6 m hoog. De kroon is dicht vertakt en ovaal tot afgerond van vorm. De bladeren zijn gelobd en donkergroen in de zomer, met een opvallende geel-rode herfstkleur. De soort draagt in het voorjaar kleine, witte bloemen in compacte schermen, gevolgd door opvallende bessen in late zomer en herfst. Takken zijn vaak stekelig, typisch voor meidoorns, wat de plant een natuurlijke afschrikking biedt in het wild.
Naast sierwaarde wordt de soort gebruikt voor natuurlijke hagen, landschapsbeplanting en als vogelvriendelijke plant. De bessen kunnen culinair worden verwerkt, en de plant biedt ecologisch voordeel door voedsel en schuilplaats voor fauna.
Vruchten: De bessen zijn klein, rood tot dieprood van kleur, en bevatten één tot enkele harde pitten. Kunnen verwerkt worden of zijn zelfs vers lekker!
Rijptijd: Bloei vindt plaats in het late voorjaar (mei–juni), met vruchten die zich ontwikkelen in de zomer en rijpen in de late zomer tot vroege herfst. In vergelijking met andere meidoornsoorten kan Crataegus schraderiana iets later rijpen, wat het interessant maakt voor een gespreide oogst.