Synoniemen: Hondshoofd
Historie: ‘Hondekop’ is een zeer oud West-Vlaams appelras waarvan al in de 16e eeuw vermeldingen zouden bestaan. Het ras was vooral populair rond Diksmuide, Gistel en Torhout. De oorspronkelijke veredelaar is niet bekend.
Vorm: Kleine tot grote boom, helemaal afhankelijk van de onderstam:
- M9 – Zeer zwak groeiend; kleine, compacte bomen die snel dragen, ideaal voor intensief/leivorm. Vruchten uniform, goed gekleurd en vroeg rijpend; vraagt voedzame bodem en steun.
- M26 – Zwak tot matig; compacter dan gemiddeld, vroeg en betrouwbaar dragend. Grote, goed gekleurde en suikerrijke vruchten; geschikt voor tuin/kleine boomgaard.
- MM106 – Middelmatig; grotere, stevige halfstammen met regelmatige opbrengst. Vruchten middelgroot tot groot, goede kwaliteit; breed inzetbaar.
- MM111 – Vrij krachtig; sterke, diep wortelende bomen, tolerant voor droogte/moeilijke grond. Later dragend maar stabiel; goede, goed bewaarbare vruchten.
- Antonovka (zaailing) – Zeer krachtig; grote, langlevende hoogstammen, traag startend maar robuust en productief. Vruchten grover, stevig en goed bewaarbaar; geschikt voor extensief/minder ideale gronden.
Vruchten: De appels zijn groot en kenmerkend langer dan breed. De schil is lichtgroen en kan aan de zonzijde een blos ontwikkelen. Het vruchtvlees is sappig en knapperig, met een aangenaam aroma. In tegenstelling tot ‘Kattekop’ is ‘Hondekop’ niet alleen een goede stoof- en keukenappel, maar ook geschikt voor verse consumptie.
Rijptijd: Pluk: september. Bewaring: ongeveer twee tot drie maanden. Voor een veilige bestuiving plant je hem het best nabij meerdere appelrassen met verschillende, deels overlappende bloeitijden.