Historie: ‘Essching’ is een oud Zuid-West-Vlaams appelras, mogelijk al meerdere eeuwen aanwezig in de streek. Het ras wordt beschouwd als een typisch streekras van West-Vlaanderen en werd in 1948 opgenomen in de Nationale Fruitcollectie van het Verenigd Koninkrijk.
Vorm: Kleine tot grote boom, helemaal afhankelijk van de onderstam:
- M9 – Zeer zwak groeiend; kleine, compacte bomen die snel dragen, ideaal voor intensief/leivorm. Vruchten uniform, goed gekleurd en vroeg rijpend; vraagt voedzame bodem en steun.
- M26 – Zwak tot matig; compacter dan gemiddeld, vroeg en betrouwbaar dragend. Grote, goed gekleurde en suikerrijke vruchten; geschikt voor tuin/kleine boomgaard.
- MM106 – Middelmatig; grotere, stevige halfstammen met regelmatige opbrengst. Vruchten middelgroot tot groot, goede kwaliteit; breed inzetbaar.
- MM111 – Vrij krachtig; sterke, diep wortelende bomen, tolerant voor droogte/moeilijke grond. Later dragend maar stabiel; goede, goed bewaarbare vruchten.
- Antonovka (zaailing) – Zeer krachtig; grote, langlevende hoogstammen, traag startend maar robuust en productief. Vruchten grover, stevig en goed bewaarbaar; geschikt voor extensief/minder ideale gronden.
Vruchten: De appels zijn middelgroot, enigszins calvillevormig en vaak opvallend knobbelig aan de kelkzijde. De schil is aanvankelijk groen en verkleurt bij rijpheid naar geelgroen met een rood tot karmijnrood blosje aan de zonzijde. Het vruchtvlees is hard, knapperig, sappig en duidelijk zuur. Daardoor wordt ‘Essching’ vooral gewaardeerd als keukenappel, maar kan als eetappel gebruikt worden!
Rijptijd: Pluk: eind oktober
Consumptierijp: oktober – april/mei. De vruchten behoren tot de betere bewaarappels onder de oude Vlaamse rassen.
Bloeiperiode: laatbloei (groep B / bloeigroep 7). Niet zelfvruchtbaar.