Historie: ‘Amber’ is een geselecteerde vorm van Elaeagnus umbellata, gekozen voor zijn oranjegele bessen, een zeldzame kleur binnen de soort. De cultivar wordt vooral gebruikt in voedselbossen en kleinschalige teelten dankzij zijn sterke groei, hoge opbrengst en stikstofbindend vermogen.
Vorm: ‘Amber’ vormt een krachtige, breed uitgroeiende struik van 3–4 m hoog, met zilverig blad en buigzame takken. De kleine, geurige roomwitte bloemen in het late voorjaar trekken veel bestuivers aan. De plant is winterhard, droogtetolerant en groeit goed op arme bodems.
Vruchten: De bessen zijn middelgroot, amberkleurig en licht gestippeld. Het vruchtvlees is sappig met een fris‑zure smaak en milde zoetheid. Ze bevatten veel antioxidanten en zijn geschikt voor vers gebruik, verwerking en drogen.
Rijptijd: ‘Amber’ rijpt laat, meestal eind september tot eind oktober. De vruchten kleuren vrij gelijkmatig en blijven lang aan de struik hangen, wat een gespreide oogst mogelijk maakt. Ze worden zoeter naarmate ze langer blijven hangen.