Historie: ‘Ingrid’ is een hybride van amandel en perzik, Prunus dulcis × Prunus persica. De exacte ouders van het ras zijn niet goed gedocumenteerd. De cultivar wordt ook aangeduid als Prunus × amygdalopersica ‘Ingrid’. Ze is vooral interessant omdat ze de amandelproductie combineert met een betere geschiktheid voor koelere klimaten dan veel gewone amandelrassen.
Vorm: Middelkleine tot grote boom, helemaal afhankelijk van de onderstam:
-
St. Julien A - Middelsterke groeier met een goede balans tussen groei en productie. Geschikt voor halfstamvormen en uiteenlopende bodemtypes. Betrouwbaar en vrij makkelijk in onderhoud.
- Montclar - Middelsterke onderstam met een iets beperktere groeikracht dan GF-677. Geeft vroege productie en goede opbrengst, en levert een goed hanteerbare boom op. Geschikt voor compacte tot middelgrote boomvormen.
- GF-677 - Zeer sterk groeiende onderstam voor onder andere amandel. Geeft krachtige groei en doet het goed op diverse bodems, ook op kalkrijke en armere gronden, mits de bodem goed doorlatend is.
Vruchten: De vruchten lijken aan de buitenkant op kleine, groene perziken en blijven vrij lang groen. Bij rijpheid opent de vrucht zich en komt de harde steen vrij. Het vruchtvlees zelf is hard en niet geschikt om als perzik te eten; het interessante deel is de amandel binnenin de steen. Die heeft een typische, zoete amandelsmaak.
Rijptijd: Bloeit relatief vroeg, maar later dan een gewone amandel. Daardoor is de kans kleiner dat de bloemen door late nachtvorst worden beschadigd. De amandelen rijpen in de nazomer en vroege herfst en worden doorgaans in september geoogst. ‘Ingrid’ is zelfbestuivend, al kan een andere compatibele bloeier de vruchtzetting verbeteren.